Op haar dertigste belandt Julie thuis met een burn-out. Tijdens de gesprekken met haar psycholoog ontdekt ze dat oude herinneringen en onbewuste overtuigingen al jarenlang stilaan haar keuzes bepalen. Ze vraagt zich af: hoelang kun je blijven doorlopen met een zware rugzak zonder te weten wat erin zit? Welke gedachten zijn werkelijk van haar, en welke heeft ze ongemerkt van anderen overgenomen? En hoe uit zich dat in haar vriendschappen, relaties en werk?
In Dit is niet voor niets geweest onderzoekt Julie waar die overtuigingen vandaan komen en hoe ze haar leven stap voor stap lichter kan maken. Ze schrijft eerlijk over haar weg naar herstel, over therapie en tegenslagen, maar ook over de kleine overwinningen tussendoor.
We spreken haar over langdurig ziek zijn, het belang van hulp te vragen en hoe je dichter bij jezelf komt.
Co-Searching: In “Dit is niet voor niets geweest”, beschrijf je hoe je met burn-out uitviel. Maar van het begin voelde de diagnose op het attest niet helemaal juist voor jou. Achter het woord burn-out schuilt vaak veel meer dan “te veel werk”. In jouw geval, ontdekte je naargelang je behandeling trauma gerelateerd aan je kindertijd. Ik kan me inbeelden dat je plots besefte: dit gaat niet zomaar weg. Hoe aanvaard je op dat moment, dat jouw herstel veel langer en moeilijker zal worden dan “gewoon rusten”?
Julie Wijckmans: Ik herinner me mijn eerste gesprek bij de huisarts nog heel goed. Ze zei dat ze me twee weken ging voorschrijven, terwijl ik zelf dacht dat één week wel voldoende zou zijn. Ik moest gewoon wat bijslapen, dacht ik. Ik vertrok verward naar huis, zonder goed te begrijpen wat er aan de hand was.
Pas enkele maanden later, in gesprekken met mijn psycholoog, werd duidelijk dat er meer speelde dan een burn-out. Het woord trauma werd meermaals uitgesproken en toen vielen de eerste puzzelstukjes op hun plaats. Op dat moment was er nog geen sprake van aanvaarding. Wel voelde ik dat ik iets veel diepers zou moeten aangaan dan alleen herstellen van een periode van overbelasting, namelijk oude pijn voelen en onderzoeken.
De echte aanvaarding kwam pas tijdens mijn opname in een psychotherapeutisch centrum. Daar kreeg ik niet alleen de tijd en ruimte om aan die pijn te werken, maar ontmoette ik ook mensen die gelijkaardige ervaringen hadden. Zowel in de therapiesessies als tijdens de gesprekken tussendoor vond ik herkenning, erkenning en begrip bij medecliënten en de therapeuten. Dat maakte een enorm verschil.
Vandaag zie ik aanvaarding niet als een eindpunt, maar als iets waar ik nog elke dag mee bezig ben. Herstel is voor mij geen rechte lijn. Ook nu bespreek ik in therapie nog steeds triggers die ik tegenkom. Het verschil is dat ik ze nu sneller herken, beter begrijp en kan kiezen om er anders mee om te gaan.
Die aanvaarding zit ook in de keuzes die ik vandaag maak. Mijn weekends plan ik bewust veel rustiger dan vroeger, omdat ik weet dat mijn lichaam meer herstel nodig heeft. Ik ben niet meer dezelfde Julie als voor mijn burn-out en dat is oké. Ik heb meer balans nodig, meer rust en meer stilte dan vroeger. Maar tegelijk heeft die lange weg in therapie me dichter bij mezelf gebracht dan ooit tevoren. Dat is misschien wel de grootste vorm van aanvaarding die ik heb gevonden.
Je hebt in jouw herstel veel beroep gemaakt op hulpverleners; dat vind ik super inspirerend, want soms is hulp vragen heel moeilijk. Maar in jouw boek lijkt het voor jou bijna vanzelfsprekend: je wou zeker zijn dat je goed omringd was. Hoe heb je voor jezelf bepaald waar je juist nood aan had? En hoe heb je de juiste hulpverleners gevonden?
Eigenlijk wist ik in het begin helemaal niet waar ik nood aan had. Ik wist alleen dat ik het niet alleen kon. Achteraf bekeken heb ik ook veel geluk gehad met de mensen die op mijn pad kwamen.
Nadat ik kopje onder was gegaan op de werkvloer stuurde een van mijn vriendinnen me naar haar huisartsenpraktijk en daar kwam ik via een omweg terecht bij mijn huidige huisarts. Via haar kwam ik terecht bij een groepspraktijk van psychologen. Op de website sprak de foto van een psychologe me meteen aan. Waarom precies, dat weet ik nog altijd niet, maar mijn buikgevoel zei: bij haar moet ik zijn.
De eerste gesprekken waren spannend en het duurde even voordat ik me veilig voelde. Bij haar is de bal beginnen rollen. Zij hielp me inzien dat er onder mijn burn-out oude trauma's zaten en verwees me later ook door naar het psychotherapeutisch centrum.
Ook daar had ik geluk. De therapeute die mijn intake deed, werd later mijn cliëntbegeleider. In het centrum was er zowel gesprekstherapie als non-verbale therapie zoals danstherapie. Iets wat ik nog nooit had gedaan, maar dat voelde onmiddellijk juist. Trauma zit niet alleen in je hoofd, maar ook in je lichaam, en bij mij was de verbinding tussen beiden jarenlang verstoord geraakt. Na mijn opname voelde ik dat ik verder wilde met lichaamsgerichte therapie. Via het centrum kreeg ik de naam van mijn huidige danstherapeute, bij wie ik ondertussen al enkele jaren ga.
Tijdens dezelfde opname voelde ik ook dat EMDR een volgende stap moest zijn, een specifieke techniek voor traumaverwerking. Opnieuw kreeg ik een naam aanbevolen. Ondertussen volg ik geen EMDR meer. De spanning op bepaalde herinneringen is niet volledig verdwenen, maar ze overspoelt me niet langer zoals ervoor. Op een bepaald moment voelde ik dat mijn herstel verder lag in lichaamsgerichte therapie. Mijn hoofd begreep intussen veel, maar mijn lichaam had nog tijd nodig om te volgen.
Als ik terugkijk, zie ik één rode draad: vertrouwen. Ik heb nooit vanaf de eerste sessie volledig vertrouwen gevoeld, maar mijn buikgevoel heeft me zelden in de steek gelaten. Dat gevoel is door de jaren ook sterker geworden. Ik durf vandaag veel meer vertrouwen op mijn buikgevoel dan vroeger.
Misschien is dat ook wat ik anderen wil meegeven: je hoeft niet op voorhand te weten welke hulp precies bij je past. Soms ontdek je dat al doende. Het belangrijkste is dat je ergens begint en jezelf de tijd geeft om te voelen.
Je beschrijft in het boek hoe je vaak botste op onbegrip. Dit is pijnlijk en triggerend: het raakt vaak diepere wonden aan. Toch heb je als individu niet veel controle over de buitenwereld en hoe deze reageert. Hoe heb je geleerd om te gaan met de gevoelens die op zo'n momenten naar boven komen?
Ik probeer die gevoelens eerst en vooral toe te laten. Of dat nu verdriet, boosheid of teleurstelling is. Vroeger wilde ik zulke gevoelens zo snel mogelijk wegduwen of oplossen. Vandaag weet ik dat ze er mogen zijn.
Wat me ook helpt, is beseffen dat er soms een verschil is tussen intentie en effect. Iemand kan iets zeggen vanuit bezorgdheid of goede bedoelingen en toch iets kwetsends raken. Dat maakt de opmerking niet minder pijnlijk, maar het helpt me wel om ze in een bredere context te plaatsen. Dat heb ik bijvoorbeeld geleerd in de relatie met mijn vader. Hij bedoelt het goed en is bezorgd om mij, maar hij is opgegroeid in een andere generatie. Hij is een boomer en heeft daardoor soms de taal niet. Daardoor maakt hij onhandige opmerkingen. Ik gebruik zijn achtergrond niet als excuus, maar ze helpt me wel begrijpen waar zijn reacties vandaan komen. Tegelijk heb ik geleerd om mijn grenzen aan te geven en rustig uit te leggen waarom een bepaalde opmerking mij raakt.
Ik besef ook dat veel mensen die uitvallen zich niet alleen moeten verhouden tot hun eigen herstel, maar ook tot de verwachtingen van de maatschappij. We leven nog steeds in een cultuur waarin werk, presteren en "mee kunnen" belangrijk zijn. Daardoor voelen veel mensen zich al snel gefaald wanneer dat niet lukt. Dat maakt onbegrip soms nog zwaarder.
Hoe kunnen volgens jou nabestaanden, collega's en werkgevers mensen beter ondersteunen, wanneer ze uitvallen?
Voor mij zaten de meest waardevolle gebaren vaak in kleine dingen. Vrienden die eten kwamen brengen. Iemand die me meenam voor een korte wandeling zonder verwachtingen. Een bericht met een hartje.
Achteraf bekeken had praktische hulp bij documenten me ook geholpen. De administratie en papierwinkel die bij een langdurige uitval komen kijken, vragen veel mentale energie op een moment waarop je die net niet hebt.
En misschien nog een kleine tip die voor mij een groot verschil maakt: vraag niet automatisch "Is alles goed?", maar vraag "Hoe gaat het vandaag met je?" Die tweede vraag laat veel meer ruimte om te zeggen dat het een moeilijke dag is.
Het is een lang proces geweest, maar je hebt uiteindelijk jouw pad gevonden als grafisch ontwerper en schrijver. Is een weg terug naar werk belangrijk geweest in jouw herstel? Hoe is jouw visie over de plaats van werk in jouw leven veranderd door je uitval en herstel?
De weg terug naar werk is belangrijk geweest in mijn herstel, al was dat misschien niet om de reden die ik vroeger zou hebben gedacht. Na mijn opname had ik vooral nood aan structuur en ritme. Opnieuw iets hebben om voor op te staan, ergens naartoe werken en mijn dagen zinvol invullen gaf me houvast.
Tegelijk heeft mijn burn-out mijn kijk op werk grondig veranderd. Vroeger was presteren vanzelfsprekend. Vandaag zie ik werk als een onderdeel van mijn leven, niet als de kern ervan. Ik kies er bewust voor om minder te werken dan vroeger, zodat er voldoende ruimte blijft voor rust, herstel en de mensen die belangrijk voor me zijn. Ik weet ondertussen dat ik die balans nodig heb om goed te functioneren.
Daarnaast hoop ik op mijn sterfbed vooral de mensen, de liefde, de vriendschappen en de mooie momenten te herinneren. Niet hoeveel promotie ik heb gemaakt, wat mijn functietitel is of wat er op mijn loonbrief staat.
"Dit is niet voor niets geweest" is de debuutroman van Julie Wijckmans, uitgegeven door Pelckmans in april 2026. Volg Julie op Instagram.